1858

Op de 31e maart wordt de eerste steen gelegd voor het nieuwe kerkgebouw door burgemeester C.J. Baars. Boven de hoofdingang wordt een steen gemetseld met een toepasselijk opschrift. Voor de bouw van de nieuwe kerk verleent het Stadsbestuur een aanvullend renteloos krediet van ƒ 1.350 voor de meerkosten. De totale bouwkosten van kerk en toren bedragen ƒ 10.850.

Het is een historische dag als tegen het einde van het jaar de kerk en toren voltooid zijn. Op 19 december wordt de kerk ingewijd door de nieuwe predikant ds. J. van der Meulen met een leerrede over 1 Koningen 8 : 29a: ‘Dat Uwe ogen open zijn, nacht en dag, over dit Huis’.

De uit de oude kerk verwijderde beide houten borden, waarop de Tien Geboden zijn geschilderd, worden in de consistoriekamer van de nieuwgebouwde kerk gehangen. Deze borden bestonden al in 1595/96. In de Stadsrekening van die jaren wordt melding gemaakt van het ‘opklaren van de verduisterde letters van de borden’.

Ook twee van de drie koperen lichtkronen worden in de nieuwe kerk gehangen. De derde lichtkroon krijgt een plaats in het oude Stadhuis en is later in de raadszaal van het nieuwe gemeentehuis gehangen, waar ze nog steeds hangt. Ook deze lichtkronen bestonden al in 1664/65.
Ook het paneel van het astronomisch uurwerk wordt weer ingemetseld in de voorgevel van de nieuwgebouwde kerk. In Nederland zijn er slechts twee van deze astronomische uurwerken, namelijk te Arnemuiden en te Wier. Het uurwerk, waarop de schijngestalten van de maan, de tijdstippen van zon- en maanopkomst en -ondergang en de tijden van hoog en laag water zijn te zien, is in 1589 door de Delftenaar Jan Dirksz. Coop aangebracht.
Het wordt in de nieuwe toren weer ingemetseld. In 1956 is het op aanwijzing van de heer Hoitsma uit Middelburg geheel gerestaureerd en in 1957 teruggeplaatst.

De oude grafzerken uit de oude kerk worden tot het bevloeren van de nieuwe kerk gebruikt. Bij het afbreken van de oude kerk wordt de graftombe van de familie Wiltschut opgeruimd. De beenderen uit de zich in de tombe bevindende 14 doodkisten worden in een grote kist verzameld en begraven op de algemene begraafplaats te Arnemuiden. Dit gebeurt op kosten van de familie Valkenburg van de Kreke, op de plek waar de familie Van de Kreke het uitsluitend recht van begraven bezit. Deze familie vertegenwoordigt door aanhuwelijking de omstreeks dit jaar in Zeeland uitgestorven familie Wiltschut.

In de nieuwe kerk wordt ook weer het in 1795 door mr. Daniël Radermacher geschonken kabinetorgel geplaatst. Bij de ingebruikname van de nieuwe kerk legt de 77-jarige organist Frans Joosse, die gedurende bijna 30 jaar tot het laatst de diensten in de oude kruiskerk begeleidde, zijn functie neer. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Paulus Joosse, de stadsbode. Deze zal bijna dertig jaar, tot 1886, kerkorganist blijven.

De nieuw gebouwde kerk met toren naar een acquarel van Bakhuijzen in de oorspronkelijke vorm met de vier hoektorentjes.
De nieuw gebouwde kerk met toren naar een aquarel van Bakhuijzen in de oorspronkelijke vorm met de vier hoektorentjes.

Burgemeester Baars wijst de gemeenteraad er in juli op, dat de heer Bourdrez, opzichter over de nieuwbouw van de kerk, zich naar zijn mening ‘zo dermate beijvert en het belang van deze gemeente zodanig behartigt, dat hij alleszins zijn achting en toegenegenheid verworven heeft, zowel bij de bouw van de kerk als ook zijn zorg bij de bouw van onze nieuwe school in 1848’. Besloten wordt Bourdrez uit dankbaarheid een geschenk namens de stad Arnemuiden aan te bieden, bestaande uit een zilveren inktpot met daarop een gepaste inscriptie ter waarde van ƒ 52. Temeer omdat opzichter Bourdrez tot op heden nog geen de minste beloning heeft ontvangen. Na voltooiing van alle werkzaamheden komt de heer Bourdrez in de vergadering van de gemeenteraad van 21 december, waar hem het geschenk wordt overhandigd. De burgemeester dankt hem hartelijk voor z’n veelvuldige verdiensten, zowel bij de bouw van de school in het jaar 1848 als van de kerk en toren in de loop van dit jaar.

Burgemeester Baars legt tijdens deze raadsvergadering ook het door hem samen met de Ingenieur van de Waterstaat opgemaakte proces-verbaal over van opneming, overgaaf en aanvaarding van de nieuwgebouwde toren tegen en in de nieuwe kerk. Dit stuk zal in de zogenaamde effectenkist op het Stadhuis ter bewaring gedeponeerd worden.

* * *

Dit jaar wordt vergunning verleend om vanuit Biervliet een steenbakkerij naar de onlangs ingedijkte Sebastiaan de Langepolder over te brengen. Deze is echter in 1861 weer afgebroken, omdat de klei bij proefneming ongeschikt bleek. 

De eind vorig jaar overleden dokter Jan Noom wordt opgevolgd door de genees-, heel- en verloskundige Abraham Hendrix. Deze vestigt zich eerst voor een aantal maanden te Arnemuiden om te zien of hij in deze gemeente een redelijk bestaan zal kunnen vinden, wat aanvankelijk zeer twijfelachtig lijkt. Hij bedient ook de gemeente Kleverskerke.

Door de burgemeesters van alle Walcherse gemeenten wordt bij Zijne Majesteit de Koning gepleit voor een spoedige aanleg van de spoorweg van Roosendaal naar Vlissingen. Deze zou de nu kwijnende en achteruitgaande staat van de gemeenten kunnen veranderen.

In 1858/1859 heerst er in Arnemuiden een epidemische ziekte, de ziekte van scarlatina. Dr. Coronel heeft hierover gepubliceerd onder de titel: ‘De scarlatina-epidemie in Zeeland’. In deze jaren overlijden 154 inwoners (78 in 1858 en 76 in 1859). Zo overlijdt op 19-jarige leeftijd de enige zoon, Daniël, van burgemeester Baars. In enkele maanden tijd overlijden van weversbaas A.J. Beerthuis vier kinderen in de leeftijden van 1, 14, 15 en 17 jaar. Ook overlijdt op 37-jarige leeftijd de uit Almelo afkomstige weversbaas Johannis Hendrikus van Weerd.

Eveneens overlijden de in Arnemuiden welbekende broers Jan Bernard Joosse op 80-jarige leeftijd en Francois Joosse op 78-jarige leeftijd. Beiden waren zonen van Joost Adriaanse Joosse, de vroegere stadsbestuurder en eigenaar van de karoterij ‘De Wildeman’ aan het Bolstraatje.

Ook wethouder Jacob Meerman, de scheepswerfbaas, overlijdt op 28 november, waardoor - aldus burgemeester Baars in zijn herdenkingswoord in de gemeenteraad - ‘zowel deze vergadering een waardig lid als de gemeente een achtenswaardig burger heeft verloren’. In zijn plaats wordt tot wethouder benoemd Joos van der Weele.

De veldwachter M. Glerum krijgt een gratificatie van ƒ 35 wegens het verbod om met almanakken rond te gaan op Nieuwjaarsdag. Het ophalen van de straatmest wordt per 1859 voor drie jaar gegund aan de landbouwer Johannis Crucq van de hofstede langs het Arnemuidse voetpad.
De drie gemeentewoninkjes aan de Jan Leeuwenstraat worden opnieuw verhuurd aan Lieven de Ridder, Dirk Beekman en Cornelis Buijs.

* * *

Over de visserij is weinig bekend van dit jaar. In 1858 en ook in 1859 blijft de garnalenvisserij - volgens het Jaarverslag der Visscherijen op de Schelde en de Zeeuwsche Stromen - onbeduidend.

* * *

Tot diakenen worden uit gestelde dubbeltallen door het gemeentebestuur benoemd Hubrecht Cornelisse en Dingenis Kousemaker.